Tot enkele jaren geleden waren enkel voedingsexperts op de hoogte van het bestaan van transvetten. Sindsdien is er veel onderzoek gebeurd naar deze stof en blijkt dat deze een vooraanstaande rol speelt in de ontwikkeling van hart- en vaatziekten.

Transvetten verhogen de hoeveelheid “slechte” LDL cholesterol en verlagen de “goede” HDL cholesterol in je lichaam. De combinatie van hoge LDL cholesterol en lage HDL cholesterol leidt tot de opbouw van aanslag in de aderen. Wanneer deze aanslag het hart of de hersenen afsluit van zuurstofrijk bloed, spreekt men van een hartaanval of een beroerte.

Er bestaan 4 verschillende types vet in het bloed:

* Mono-onverzadigd vet komt voor in pindanoten, avocado’s, olijfolie en canola-olie. Deze vetten zijn gezond en verlagen de cholesterol

* Poly-onverzadigde vetten komen vooral voor in noten, zaden, saffloer- en zonnebloemolie, maïs en soja. De bekende omega-3 vetten behoren ook tot de poly-onverzadigde oliën. Deze gezonde vetten verlagen eveneens de cholesterol.

* Verzadigde vetten komen voor in dierlijke producten (vlees, eieren, boter, kaas, melk) en tropische oliën zoals palm- of kokosnootolie. Verzadigde vetten zijn de grote boosdoener voor je hoge cholesterol.

* Transvetten zijn zeer ongezonde vetten. Deze vetten worden gehydreerd, wat wil zeggen dat de samenstelling industrieel wordt veranderd, meestal om de houdbaarheid te bewaren. Deze ongezonde vetten komen voor in koekjes, gebakjes, gefrituurd voedsel en de meeste margarines.

Vroeger werden boter of oliën gebruikt om gebak en koekjes te maken. Toen de link tussen verzadigde vetten en hartziektes duidelijk werd, ontwikkelde de voedingsindustrie een vervangproduct voor deze slechte vetten.

Wat ze niet beseften, is dat transvetten nóg slechter voor je cholesterol zijn dan verzadigde vetten! Lang werd aangenomen dat margarine een beter product is dan boter, maar de meeste margarines bevat veel transvetten.

Transvetten moet je absoluut vermijden. Dit wil niet zeggen dat je in de plaats verzadigde vetten moet eten. Zowel transvetten als verzadigde vetten moeten tot een minimum beperkt worden om je risico op hart- en vaatziekten te beperken.